loading
views

Algemene wet inzake rijksbelastingen | AWR

Algemene wet inzake rijksbelastingen | AWR
De Algemene wet inzake rijksbelastingen, AWR, is een overkoepelende wet die geldt voor alle belastingen die door het rijk geïnd worden.



Woonplaats
Allereerst geeft de AWR een algemeen woonplaatsbegrip. Waar iemand woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Bij natuurlijke personen gaat het om het centrum van de persoonlijke belangen, bij rechtspersonen om de plaats van feitelijke leiding of waar de beslissingen feitelijk genomen worden (in geval van tussenschuiven van stromannen).

Het GBA-adres of statutaire vestigingsplaats doen vrijwel niet ter zake. Verhuizen naar een belastingparadijs is toegestaan, maar iemand moet ook echt verhuisd zijn, en niet zich slechts daar inschrijven. Door deze brede bepaling met ruime omschrijving kunnen belastingvluchten naar belastingparadijzen makkelijk worden tegengegaan.

De aangifte
De AWR bepaalt dat iedere belastingplichtige een aangifte biljet “duidelijk en zonder voorbehoud” moet invullen. De eis om dit naar waarheid te doen wordt niet gesteld! Een andere bepaling schrijft voor dat een belastingplichtige die geen aangiftebiljet heeft gekregen, daar zelf om moet vragen.

Indien iemand geen of (al dan niet opzettelijk) onjuiste aangifte doet, kan de inspecteur van de aangifte afwijken. Dit dient hij wel mede te delen zodat de belastingplichtige tegenbewijs kan aanvoeren. Aannemelijk maken is hier voldoende, wat minder zwaar is dan de bewijslast in het civiele recht.

De aanslag
Daarnaast schrijft de AWR precies voor hoe en wanneer een aanslag moet worden opgemaakt en aan welke eisen deze moet voldoen. De wet geeft verder eisen voor naheffing en navordering. Zo geldt onder andere de eis van het nieuwe feit, maar kan een duidelijke vergissing van de kant van de Belastingdienst geen beletsel zijn voor naheffing of navordering (bijvoorbeeld een nul te weinig op de aanslag).

Sancties
Ook geeft de wet een aantal administratieve en strafrechtelijke sancties. Voor lichtere misstappen (zoals het te laat inleveren van de aangifte) kan een administratieve verzuimboete worden opgelegd. Voor zwaardere vergrijpen (het opzettelijk niet aangeven van inkomsten) wordt een vergrijpboete opgelegd, die als percentage van de te weinig geheven belasting wordt berekend en tot 100% kan oplopen. Als er zeer ernstige fraude is gepleegd, kan het OM overgaan tot strafvordering op aangifte van de fiscus. Hier geldt wel het ‘una via’ beginsel: heeft de fiscus voor de weg van het strafrecht gekozen dan mag men niet overgaan op een bestuursrechtelijke procedure, en andersom.

Deugdelijke administratie
Tenslotte kent Artikel 47 AWR nog een sanctie voor onder andere het niet voeren van een deugdelijke administratie: omkering van de bewijslast. In zulke gevallen moet de belastingplichtige niet meer aannemelijk maken, maar onherroepelijk bewijzen dat hij gelijk heeft en niet de inspecteur. Aangezien dit slechts kan met een deugdelijke administratie is dit vrijwel onmogelijk, en wordt desbetreffende bedrijf of ondernemer gedwongen haar boekhouding op tafel te leggen.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek