loading
views

Regels Wet Verbetering Poortwachter



Arbodienst
De Wet Verbetering Poortwachter (WVP) stelt dat als een ziektegeval langer duurt dan zes weken, de arbodienst een advies moet uitbrengen.

Omdat de arbodienst ook moet kunnen beoordelen of er sprake is van frequent kortdurend verzuim, moeten alle ziekmeldingen aan de arbodienst worden doorgegeven. Als richtlijn geldt dat de melding uiterlijk binnen een week bij de arbodienst zijn.

Sinds 1 juli 2005 is het mogelijk om de arbodienstverlening anders te regelen dan uitsluitend via een arbodienst. Als er overeenstemming is met het medezeggenschapsorgaan of via een regeling in de CAO, mag een werkgever de deskundige bijstand ook met interne deskundigen regelen, of gedeeltelijk met interne deskundigen en daarnaast externe bijstand. Voor veel van de taken moet de in te schakelen deskundige een bedrijfsarts zijn.

Plan van aanpak
Als de arbodienst zijn advies heeft uitgebracht, moeten werkgever en werknemer samen een plan van aanpak maken. Dat moet gebeuren binnen acht weken na de ziekmelding. Het plan van aanpak moet de afspraken bevatten die ervoor zorgen dat de werknemer zo snel mogelijk weer aan de slag kan gaan. Het plan van aanpak moet daarna ten minste elke zes weken door werkgever en werknemer worden besproken. Het plan van aanpak moet in elk geval worden geëvalueerd aan het einde van het eerste ziektejaar, als het dienstverband dan nog bestaat.

Bij verschil van mening over de uitvoering van het plan van aanpak kunnen zowel werknemer als werkgever een deskundigenoordeel vragen aan het UWV.

Als de werknemer niet meewerkt aan het opstellen of uitvoeren van een plan van aanpak, of een passend werkaanbod zonder deugdelijke grond weigert, mag de werkgever de loonbetaling stopzetten. Zou de werknemer desondanks blijven weigeren om mee te werken, dan kan ook een ontslagvergunning worden aangevraagd.

Vervroegde keuring
Als de werknemer blijvend volledig arbeidsongeschikt zal zijn, kan de werknemer na 13 weken een aanvraag voor een WIA-uitkering indienen. Als deze uitkering wordt toegekend, mag de werkgever deze op zijn loonbetaling in mindering brengen.

Casemanager
De WVP stelt dat een zogenaamde casemanager moet worden aangewezen die de taak heeft de afspraken die zijn opgenomen in plan van aanpak van het ziekegeval ook werkelijk worden nagekomen.

Een casemanager kan iemand van het eigen bedrijf zijn, maar ook een medewerker van de arbodienst of iemand van een re-integratiebedrijf.

Re-integratiedossier en -verslag
De werkgever moet een dossier bijhouden, waarin hij elke stap die wordt gezet bij de begeleiding van de werknemer noteert en alle stukken bewaart met betrekking tot het ziektegeval die in zijn bezit zijn.

Als het dienstverband tijdens ziekte afloopt en de ziekte heeft op dat moment al zes weken of langer geduurd, moet het uitzendbureau een re-integratieverslag opstellen.

Het re-integratiedossier is nodig als basis voor het re-integratieverslag van de werkgever, als de werknemer een WIA-uitkering moet aanvragen. In dat verslag moet staan wat er allemaal is geprobeerd om de werknemer weer aan het werk te helpen. Dit verslag moet de werknemer samen met zijn aanvraag om een WIA-uitkering aan het UWV zenden.

Toetsing door UWV
Het UWV toetst aan de hand van het re-integratieverslag of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan om tot re-integratie van de werknemer te komen.

Als dat niet het geval is, kan het UWV de werkgever verplichten om een langere periode dan 104 weken het loon aan de werknemer door te betalen. De eventuele toekenning van een WIA-uitkering wordt dan uitgesteld. Maximaal kan de werkgever verplicht worden om in totaal over drie jaar loon te betalen.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek