loading
views

Toewijzing vordering gefixeerde schadevergoeding na ontslag op staande voet

24 september 2008

Verboden snelheidsbegrenzer in vrachtwagen

Werknemer, een internationaal chauffeur, wordt door zijn werkgever betrapt met een op grond van de wet verboden snelheidsbegrenzer in zijn vrachtwagen die niet door werknemer zelf, maar door één van zijn collega’s is geïnstalleerd. Werkgever ontslaat werknemer op staande voet en legt aan dit ontslag ten grondslag dat werknemer gebruik maakt van de snelheidsbegrenzer waarmee ook daadwerkelijk de toegestane snelheid is overtreden, hij regelmatig problemen heeft met opdrachtgevers en ook het bedrijf van werkgever onderweg zwart maakt.

Vordering gefixeerde schadevergoeding
Werknemer ageert niet tegen het verleende ontslag op staande voet maar vordert vanwege de kennelijke onredelijke opzegging, het ontbreken van de dringende reden en niet voldoen aan de opzegtermijn, (onder andere) een zogeheten “gefixeerde schadevergoeding”. Deze gefixeerde schadevergoeding betreft een bedrag gelijk aan het loon dat de werknemer zou hebben ontvangen voor de periode dat de arbeidsovereenkomst bij en regelmatige opzegging nog had behoren voort te duren. Met andere woorden het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn. De gefixeerde schadevergoeding is – zoals de naam al doet vermoeden – gefixeerd en staat dus los van de werkelijk geleden schade; ook indien er als gevolg van de kennelijk onredelijke opzegging meer of in het geheel geen schade is geleden, kan een gefixeerde vergoeding worden toegekend. De rechter is wel bevoegd de gevorderde gefixeerde schadevergoeding te matigen.

Werknemer betwist twee redenen ontslag
In eerste aanleg oordeelt de rechtbank dat het ontslag op staande voet terecht was en wijst de vorderingen van de werknemer af. De werknemer gaat vervolgens in hoger beroep. In appèl betwist werknemer twee van de drie aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen (problemen met opdrachtgevers en het zwartmaken van het bedrijf). Aangezien werkgever deze redenen niet nader kon onderbouwen heeft het hof geoordeeld dat deze twee redenen niet vast zijn komen te staan.

Ontslag kan ook rechtsgeldig zijn bij deels geldige criteria
De Hoge Raad heeft in 2006 echter bepaald dat een ontslag ook rechtsgeldig kan zijn indien een aan een ontslag op staande voet ten grondslag liggend feitencomplex slechts gedeeltelijk komt vast te staan. Dit is het geval indien a) het vaststaande gedeelte op zichzelf beschouwd wel kan gelden als dringende reden voor ontslag op staande voet, b) de werkgever stelt en aannemelijk maakt dat hij werknemer ook zou hebben ontslagen indien hij anders dan blijkt uit de ontslagaanvraag daarvoor niet meer grond zou hebben gehad dan in rechte is komen vast te staan en c) dit laatste in het licht van de inhoud van de aanzegging en de overige omstandigheden van het geval voor de werknemer duidelijk moet zijn geweest.

Geldige criteria voor ontslag
Aan de eerste twee criteria wordt voldaan; het gebruik maken van een verboden snelheidsbegrenzer is, aldus het hof, op zich zelf staand een reden voor ontslag op staande voet en het hof acht het ook aannemelijk dat werkgever de werknemer ook zou hebben ontslagen indien dit de enige grond zou zijn.

Werknemer heeft begrenzer niet zelf geïnstalleerd
Het ontslag strandt echter op de laatste grond. Het hof acht van belang dat werknemer de begrenzer niet zelf heeft geïnstalleerd maar dat dit is geschied door een collega chauffeur. Nu niet onomwonden is gesteld en gebleken dat werkgever de collega chauffeur dezelfde sanctie zou hebben opgelegd indien zou zijn gebleken dat hij ook gebruik maakte van de begrenzer, is niet voldaan aan criteria c uit voornoemd arrest inhoudende dat het voor werknemer duidelijk moet zijn geweest dat het enkele gebruik van de begrenzer zou leiden tot ontslag op staande voet.

Onregelmatig ontslag
Het gerechtshof vernietigt dan ook het vonnis van de rechtbank en oordeelt alsnog dat het ontslag op staande voet onregelmatig is, zodat de vordering tot gefixeerde schadevergoeding aan de werknemer wordt toegewezen.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN: BE9507


Dit artikel is geschreven door mr. Debby Boulassel, Van Diepen Van der Kroef Advocaten Haarlem; 023 542 42 92 of d.boulassel@vandiepen.com.



Voor meer informatie over de uitspraken of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een e-mail naar dhr. mr. Michael Kristel (Van Diepen Van der Kroef Haarlem, 023 542 42 92) of mw. mr. Mieke Dijkman (Van Diepen Van der Kroef Den Haag, 070 360 3151).

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek