loading
views

Vakantiewetgeving in de flexbranche

Vakantiewetgeving in de flexbranche
Op grond van de vakantiewetgeving (art. 7:634 BW) heeft een werknemer recht op vakantie van ten minste viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Werknemers die minder dan 40 uur werken per week of minder dan een jaar, hebben recht op een evenredig gedeelte. In een CAO mogen afspraken gemaakt worden ten gunste van de werknemer. In de CAO’s van ABU en NBBU is zo’n afspraak opgenomen: een werknemer heeft recht op 24 vakantiedagen per jaar op basis van een werkweek van 40 uur.


Opbouw vakantiedagen middels een reservering
Een werknemer heeft recht op een aantal vakantiedagen. Dat aantal is gebaseerd op een volledige werkweek. Voor uitzendkrachten is vooraf echter niet vast te stellen hoeveel uren er gewerkt wordt, en dus ook niet hoeveel vakantiedagen opgebouwd worden. Daarom wordt bij dergelijke arbeidscontracten een reservering opgebouwd. Per gewerkt uur wordt 10,39% (2016) gereserveerd. Deze zogeheten vakantiereservering bouwt de vakantierechten op tijdens de feitelijke duur van de overeenkomst. De vakantiereservering is op naam, en wordt gebaseerd op het feitelijke loon inclusief de eventuele wachtdagvergoeding.

De vakantiereservering wordt niet bij de (vier)wekelijkse uitbetaling uitgekeerd maar gereserveerd. Als een werknemer een vakantiedag opneemt, dan vindt aan het eind van de week (of vier weken) waarin de vakantiedag zich voordoet, uit de vakantiereservering een uitkering plaats in de vorm van vakantieuren. Deze uitkering strekt tot maximaal de beloning over de normale werkdag. Er wordt nooit meer uitgekeerd dan het bedrag van de reservering. Is er meer gereserveerd dan nodig is om de vakantiedag door te betalen, dan blijft het restant staan. Alleen als aan het eind van de arbeidsovereenkomst nog reserveringen resteren, wordt het nog aanwezige bedrag binnen 6 weken aan de uitzendkracht uitgekeerd.

De werkgever kan in overleg met de werknemer overeenkomen dat de bovenwettelijke vakantiereservering niet worden gereserveerd maar direct wordt uitgekeerd bij het loon.

Opname vakantiedagen
Als een werknemer met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding vakantie opneemt, worden de reserveringen (vakantiedagen en vakantiebijslag) uitbetaald, voor zover toereikend. Deze bepaling moet worden opgenomen in de uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Voor het opnemen van vakantiedagen kan een werkgever een vakantiereglement opstellen.

Gedurende de eerste twee maanden van de uitzendovereenkomst mag er geen vakantie worden opgenomen, wel kan de werkgever afwijkende afspraken maken met de uitzendkracht.

Vakantiebijslag

Werknemers hebben recht op 8% vakantiebijslag over hun feitelijk loon. Dit percentage wordt gereserveerd over elk uur dat wordt gewerkt. De vakantiebijslag wordt automatisch in mei/ juni betaald. Ook kan de bijslag worden uitgekeerd als de werknemer hierom verzoekt en hij in het geval van de ABU CAO gedurende minimaal vijf werkdagen met vakantie gaat.

Einde dienstverband
Heeft de werknemer aan het eind van de uitzendovereenkomst nog vakantiedagen tegoed, dan worden deze in geld uitgekeerd. De werknemer kan de bovenwettelijke vakantiedagen ook tijdens de uitzendovereenkomst laten uitbetalen.

Gaat de werknemer van ABU-fase A naar fase B dan worden openstaande vakantiedagen omgezet in een evenredige aanspraak op vakantiedagen met recht op doorbetaling van loon. De werknemer krijgt een schriftelijke bevestiging van de uitbetaling (de hoogte en de inhoudingen) en de omzetting (het aantal vakantiedagenvakantiedagen). Voor de overgang van NBBU fase 2 naar 3 is in de CAO niets beschreven.

De overgebleven reserveringen moeten bij het einde van het dienstverband worden uitbetaald. De werknemer hoeft hier niet zelf om te vragen. Soms zal de uitzendkracht weer op korte termijn aan het werk gaan en niet willen dat de reserveringen automatisch worden uitbetaald. In dat geval mogen ze blijven staan tot maximaal 6 weken nadat het laatste feitelijk loon is betaald.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek