loading
views

De zaalvoetballer buitenspel

Juli 2008

Verhinderd voor werk
Artikel 7:629 lid 1 BW regelt het recht op doorbetaling van loon van/aan een werknemer die door ziekte, zwangerschap of bevalling is verhinderd de bedongen arbeid te verrichten.

Recht op doorbetaling
Op grond van voornoemd artikellid heeft de werknemer gedurende de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid tenminste recht op 70% van het zijn/haar naar tijdruimte vastgestelde loon. In het geval het loon meer bedraagt dan het maximum premiedagloon ex artikel 17 lid 1 Wfsv, heeft de werknemer over het meerdere geen aanspraak op 70% daarvan. Als 70% van het loon echter minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, dan heeft de werknemer uitsluitend gedurende de eerste 52 weken ten minste recht op het voor hem geldende wettelijke minimum(jeugd)loon. Hierna geldt er geen minimum.

Aanvulling loondoorbetaling
In artikel 7:629 lid 9 BW is bepaald dat niet ten nadele van de werknemer van het eerste lid kan worden afgeweken, anders dan kan worden bepaald dat de werknemer de eerste twee dagen van arbeidsongeschiktheid geen recht op doorbetaling van zijn loon heeft (wachtdagen). Het is partijen daarentegen wel toegestaan het recht op loondoorbetaling in geval van arbeidsongeschiktheid contractueel aan te vullen tot een hoger percentage dan het wettelijke minimum van 70% en/of een langere duur dan het wettelijke minimum van 104 weken. Recentelijk heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag of, en zo ja, in hoeverre het partijen vrijstaat de bovenwettelijke regeling naar eigen inzichten in te vullen en aan voorwaarden afhankelijk te stellen.

Blessures bij zaalvoetballen
Het betrof een werknemer die frequent gedurende langere perioden arbeidsongeschikt was vanwege blessures die hij bij het zaalvoetballen had opgelopen. Zijn werkgever had hem bij herhaling verzocht uit te kijken naar een minder risicovolle sport.

Wettelijk minimum
Toen de werknemer zich opnieuw ziek meldde wegens een knieblessure, betaalde de werkgever – in tegenstelling tot eerdere ziekteperioden – uitsluitend het voor deze werknemer geldende wettelijke minimum ex artikel 7:629 BW. Daarbij stelde de werkgever zich op het standpunt dat de werknemer de arbeidsongeschiktheid zelf had veroorzaakt, waardoor deze geen aanspraak op aanvulling had. In de op het dienstverband van toepassing zijnde CAO was namelijk bepaald dat de werkgever bij arbeidsongeschiktheid het wettelijke minimum ex artikel 7:629 BW diende aan te vullen tot een bepaalde hoogte, tenzij de arbeidsongeschiktheid door schuld of toedoen van de werknemer was veroorzaakt. De werknemer was het hier niet mee eens en vorderde betaling van het achterstallige salaris (de loonaanvulling).

Arbeidsongeschiktheid veroorzaakt buiten werksfeer
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de werkgever in deze correct heeft gehandeld. In de CAO was namelijk ten gunste van de werknemer afgeweken van het bepaalde in artikel 7:629 BW, zoals lid 9 toestaat, door opneming van een aanvulling op de in lid 1 neergelegde wettelijke verplichting tot loondoorbetaling. Enkel indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door buiten de werksfeer liggende gedragingen of activiteiten van de werknemer, staat de Hoge Raad het toe dat (CAO-)partijen de aanvulling afhankelijk stellen van voorwaarden en/of dat zij overeenkomen dat de werknemer in bepaalde gevallen daar geen aanspraak op heeft. De uitsluitingsgrond mag van de Hoge Raad in dat geval afwijken c.q. strenger zijn dan die van 7:629 lid 3 BW, welke bepaling immers de werknemer het wettelijk minimum geheel ontzegt onder andere ingeval de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt.

Voorzichtigheid bij contractsvrijheid
De contractsvrijheid wordt mijns inziens evenwel begrensd door bijvoorbeeld het beginsel van gelijke behandeling (geslacht, arbeidsduur, enzovoorts). Voorzichtigheid is in deze derhalve gepast. Voor zover er op de arbeidsverhouding geen CAO van toepassing is waarin ten gunste van de werknemer van artikel 7:629 lid 1 BW is afgeweken, verdient het dan ook mijn voorkeur om in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat in geval van arbeidsongeschiktheid het bepaalde van artikel 7:629 BW van toepassing is.

Standaard wettelijke minimum
Bij arbeidsongeschiktheid behoeft de werkgever dan standaard slechts het wettelijke minimum door te betalen. In het contract kan daarnaast zekerheidshalve worden opgenomen dat voor zover er meer dan het wettelijke minimum is betaald, dit door de werkgever onverschuldigd is gedaan en de werknemer hier geen rechten aan kan ontlenen. Een dergelijke bepaling laat echter onverlet dat indien de werkgever aansprakelijk is voor (het ontstaan of voortduren van) de arbeidsongeschiktheid deze onder andere op grond van het beginsel van goed werkgeverschap verplicht kan zijn het ziekengeld aan te vullen.

Bron: rechtspraak.nl, 14 maart 2008, LJNBC6699

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek