loading
views

Cao-ombudsman: rijpt de tijd?

Cao-expert Harry Vogels publiceert een maandelijkse column over cao-perikelen op onze site. Hij geeft desgewenst advies en begeleiding bij alle cao’s in Nederland. » lees meer

30 juni 2008

Werkgevers, vakbonden en andere belanghebbenden discussiëren vaak en veel over cao-indelingen, avv’s en cao-fondsen. Een cao-ombudsman zou snel duidelijkheid kunnen geven.

Nederland heeft een bijzonder cao-stelsel. Onder dit cao-stelsel vallen circa 80% van alle Nederlandse organisaties en hun medewerkers. De overige 20% van de organisaties is vrij om de arbeidsvoorwaarden inclusief pensioenen zelf te regelen; voor hen is alleen het Burgerlijk Wetboek van belang.

Voor 80% van alle organisaties in Nederland kan dus sprake zijn van een verplichte ondernemings- of bedrijfstak-cao. Het probleem zit precies in dit woordje ‘kan’. Als een organisatie lid is van een van de ruim 200 werkgeversorganisaties die cao’s afsluiten, is de bedrijfstak-cao verplicht. Maar is de organisatie niet aangesloten bij een werkgeversorganisatie, dan komt het aan op de algemeen verbindend verklaring van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. En daar komen werkgevers regelmatig in de problemen. Want wie of wat bepaalt eigenlijk of je nu wel of niet onder een algemeen verbindend verklaarde bedrijfstak-cao valt? Dit is een van de meest gestelde vragen, die ik via mijn 0900 – CAOLIJN (0900 – 22 65 45) ontvang van werknemers, werkgevers en hun adviseurs. En soms is dat wel een heel lastige vraag.

Of een organisatie wel of niet valt onder een algemeen verbindend verklaarde bedrijfstak-cao wordt bepaald door een van de eerste artikelen van iedere cao, het zogenaamde werkingssfeerartikel. In dit artikel wordt omschreven welke activiteiten van organisaties nu precies wel of niet onder de cao vallen. Dikwijls zijn deze activiteiten beschreven met duizenden woorden op vele pagina’s, omdat het een lange opsomming van alle activiteiten in een bedrijfstak is.

Deze artikelen zijn niet makkelijk te lezen en soms ook voor meerdere uitleg vatbaar. Vaak is er twijfel, omdat de financiële gevolgen van een cao-indeling voor een organisatie zeer groot kunnen zijn. Gelukkig heb ik met de grootste vakbond, FNV Bondgenoten, een procedure kunnen afspreken: bij twijfel kan ik de FNV vragen om een advies inzake de vraag of een onderneming volgens deze vakbond wel of niet onder een cao valt. Met deze handelwijze hoop ik in ieder geval te voorkomen dat een organisatie in de toekomst door de vakbond wordt lastiggevallen met claims van werknemers, cao-fondsen en de daaraan veelal verbonden bedrijfstak-pensioenfondsen.

Al met al een procedure die redelijk goed werkt. Maar ik ben er niet helemaal gelukkig mee, omdat de FNV niet de enige partij is in cao-land. Het is, volgens mij, beter als er een nationale cao-ombudsman komt, die niet alleen kan toetsen bij cao-indelingen, maar ook bij cao-fondsen. Cao-partijen moeten sinds een paar jaar wel hun jaarverslagen indienen bij het ministerie, maar het ministerie zegt regelmatig dat zij geen toezichthoudende rol heeft.

Alle cao’s zijn nu wel openbaar geworden en alle cijfers van cao-fondsen zijn in te zien, maar ik mis nog steeds een objectieve toets op de polderwereld. Ik heb FNV Bondgenoten regelmatig gevraagd een nationale objectieve cao-ombudsman in te stellen, maar de grootste vakbond vindt dit niet echt nodig. De polderwereld wil blijkbaar nog geen extra pottenkijkers en laat eventuele controle liever over de rechter.

Jammer! Maar misschien iets voor later.

drs. Harry J.P. Vogels
www.caoadvieslijn.nl

Eerdere columns
5 mei 2008 Werkgeversbijdragen aan vakbonden: meer dan 75 miljoen per jaar
8 april 2008 De kinderjaren van payrollen zijn voorbij

Interview in De Financiële Telegraaf, 24 mei 2008
» ‘Vakbondstientje kleine goudmijn voor bonden’


Achtergrondinformatie over Harry Vogels

Ervaring in het bedrijfsleven
Harry Vogels komt direct na zijn doctoraal studie economie (sociaal-economische studierichting) in contact met de wereld van cao’s, werkgevers, vakbonden en ondernemingsraden en deze wereld blijft hem tot op de dag van vandaag zo boeien, dat hij begin 2002 zijn eigen onafhankelijke adviespraktijk start voor ondernemingen, ondernemingsraden en werknemers. (zie www.caoadvies.nl en www.caoadvieslijn.nl) Daarvoor was hij o.a. werkzaam bij: Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) te Den Haag, Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) te Rotterdam, Suiker Unie te Breda en Delta Lloyd te Amsterdam.

Ervaring als auteur en publicist
Als auteur start hij met zijn jaarlijkse Cao-antwoordenboek in 1994 voor uitgever Samsom, thans Kluwer. Sinds 2000 is de titel gewijzigd in Gids voor Cao’s. In 2003 is hij – als auteur van boeken – overgestapt naar uitgever Sdu. In september 2003 verschijnt bij deze uitgever een geheel nieuw boek met de titel: CaoWijzer. In 2004 verschijnt een nieuwe editie van CaoWijzer en een geheel nieuw boek met de titel CaoCompact. In dit laatste boek worden 100 bedrijfstak-cao’s met elkaar vergeleken. Voor uitgever Kluwer schrijft hij thans maandelijks artikelen voor vele verschillende tijdschriften.

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek