loading
views

Jurisprudentie: restcapaciteit bij ziekte

Mei 2008

Resterende arbeidskracht
Een zieke werkneemster wordt op staande voet ontslagen omdat zij tijdens haar arbeidsongeschiktheid werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van een derde. Volgens de werkgever had werkneemster haar eventuele resterende arbeidskracht eerst aan de werkgever moeten aanbieden. Het hof ’s-Hertogenbosch neemt deze plicht echter niet aan.

Burn out, nevenactiviteiten niet gemeld
De werkneemster is sinds juni 1995 in dienst van de werkgever. Op 6 juni 2006 meldt de werkneemster zich ziek wegens een burn out en depressiviteit. Na het inwinnen van advies van haar behandeld psycholoog helpt ze een vriend bij de verbouwing van zijn eenmanszaak, zonder hiervoor enige betaling te ontvangen. Wanneer de werkgever hiervan op de hoogte raakt ontslaat hij haar op staande voet. De werkgever stelt dat het op grond van de arbeidsovereenkomst verboden was om gedurende de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden te verrichten, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Bovendien vindt de werkgever dat, nu vaststaat dat de werkneemster tijdens haar arbeidsongeschiktheid enige werkzaamheden kon verrichten, zij haar restcapaciteit eerst aan de werkgever had moeten aanbieden. Zij had dan vergelijkbare werkzaamheden bij de werkgever kunnen verrichten.

Loondoorbetaling toegewezen
De werkneemster kan zich hier niet in vinden en vraagt vernietiging van het gegeven ontslag en vordert loondoorbetaling. De voorzieningenrechter wijst haar vordering toe. De werkgever gaat tegen dit vonnis in hoger beroep.

Geen reden voor ontslag op staande voet
Het hof neemt aan dat voldoende is bewezen dat de arbo-dienst de werkneemster in de desbetreffende periode volledig arbeidsongeschikt achtte voor haar eigen werkzaamheden. Op de werkgever rust de verplichting om te bevorderen dat een zieke werknemer weer voor arbeid in het eigen bedrijf (of elders) wordt ingeschakeld. Niet staat vast dat de werkgever een plan van aanpak heeft opgesteld. En al zou dit het geval zijn dan blijkt nergens uit dat de werkgever aan de werkneemster een voorstel heeft gedaan om passend arbeid te verrichten. Bovendien heeft ook de arbo-dienst niet aangegeven welke activiteiten van de werkneemster verwacht werden om tot reïntegratie te komen. Verder concludeert het hof dat het niet melden van de nevenactiviteiten geen reden is voor een ontslag op staande voet. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.

Bron: Rechtspraak.nl LJN-nr. BC9658

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek