loading
views

Jurisprudentie: ontslagvergoeding

Mei 2008

Intimiderend
De werkneemster is sinds februari 1998 in dienst van de werkgever. Per 1 juli 2006 wordt de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkneemster beëindigd. Op initiatief van de werkgever treedt de werkneemster per 1 september 2006 opnieuw bij de werkgever in dienst als Sales & Marketing Manager. Na ongeveer een jaar geeft de werkneemster aan dat zij moeite heeft met de manier waarop zij door haar directeur wordt behandeld. Zij ervaart dit als (seksueel) intimiderend.

Klacht ongegrond
De werkneemster kaart dit probleem bij een aantal personen, waaronder de bedrijfsarts en de CEO, binnen de organisatie aan. Uiteindelijk formeert de werkgever een klachtencommissie die de klacht van de werkneemster zal onderzoeken. De klachtencommissie verklaart de klacht ongegrond. Als reactie hierop verzoekt de werkneemster de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een vergoeding waarbij C 3 is.

Ontbindingsvergoeding
De werkgever is van mening dat zij heeft gedaan wat van een goed werkgever verwacht mag worden en betwist de seksuele intimidatie. Verder stelt de werkgever dat nu de werkneemster zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt de gevraagde vergoeding niet billijk is. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding moeten in ieder geval de dienstjaren tot 1 juli 2006 buiten beschouwing worden gelaten aangezien zij toen zelf haar arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Daarmee heeft zij afgezien van een vergoeding voor haar dienstjaren tot dan toe.

Bedrijfscultuur
De kantonrechter oordeelt dat de seksuele intimidatie niet is komen vast te staan. Wel stelt hij vast dat binnen de organisatie een cultuur heerst waarbij het maken van seksuele getinte opmerkingen of grappen geaccepteerd is. Ook is voldoende aangetoond dat de werkneemster hier zelf ook aan meedeed. Verder overweegt de kantonrechter dat van de werkneemster gezien haar functie verwacht mag worden dat zij tegen een stootje kan. Toch kan er ook aan de kant van de werkgever een verwijt worden gemaakt. De werkgever is tekort geschoten in haar rol als goed werkgever door niet adequaat te hebben gereageerd op de klachten van de werkneemster. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat voortzetting daarvan niet zinvol meer lijkt.

Geen vergoeding eerdere dienstjaren
De kantonrechter is van mening dat de dienstjaren voor 1 juli 2006 voor de vergoeding niet meegeteld hoeven te worden. Doorslaggevend hierbij is dat de werkneemster wegens onvrede zelf de eerste arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Als compensatie voor het korte dienstverband wordt een vergoeding met C-factor is 2,5 toegekend.

Bron: Rechtspraak.nl LJN-nr. BC9428

FlexLawyers, de samenwerking tussen FlexService Solutions en Van Diepen Van der Kroef Advocaten, biedt u tegen een scherpe prijs toegang tot specialisten in het arbeidsrecht.

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek