loading
views

Column Harry Vogels

Cao-expert Harry Vogels publiceert een maandelijkse column over cao-perikelen op onze site. Hij geeft desgewenst advies en begeleiding bij alle cao’s in Nederland. » lees meer

5 mei 2008

Werkgeversbijdragen aan vakbonden: meer dan € 75 miljoen per jaar

Begin deze eeuw ben ik met enkele Tweede Kamerleden in discussie geweest over wettelijke initiatieven om meer transparantie aan te brengen in de geldstromen van cao-partijen. Tot 2001 is er eigenlijk geen enkel inzicht in de meer dan 225 cao-fondsen, die via wettelijk verplichte heffingen gelden innen van alle werkgevers en werknemers in meer dan 150 bedrijfstakken. Circa 60 van deze fondsen innen gelden voor werkgeversorganisaties en vakbonden zelf. Het zijn wettelijk verplichte heffingen, omdat de 225 fonds-cao’s door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid praktisch altijd voor maximaal 5 jaar algemeen verbindend worden verklaard. Op deze wijze wordt publiek geld eigenlijk privaat geld in stichtingen, die niet door de wetgever worden gecontroleerd.

De Tweede Kamer vindt in 2002 – kamerbreed – dat het afgelopen moet zijn met de ‘mistige’ cao-fondsen en eist van de minister vanaf dat moment transparantie. Verdere controle op de fondsen blijkt via wetgeving niet haalbaar. Vanaf dat moment worden alle 225 stichtingen van cao-partijen door de minister verplicht hun jaarverslagen bij het ministerie in te leveren en een ieder krijgt de gelegenheid op het ministerie de jaarverslagen in te zien. De minster zal zich niet inhoudelijk met de fondsen bezighouden, ook niet als er – volgens hem – extreem veel geld in kas zit. Door transparantie zullen cao-fondsen hun beleid wel aanpassen, zo meent de minister.

Na deze nieuwe wettelijke maatregelen hebben vele dag- en weekbladen (o.a. Financieele Dagblad, Telegraaf, Volkskrant en Elsevier) over deze fondsen gepubliceerd, maar echt veel meer is er daarna niet gebeurd. De verplichte heffingen voor werkgeversorganisaties en vakbonden via algemeen verbindend verklaring van sociale fondsen gaan gewoon door, ook al is er sprake van zeer grote reserves in de fondsen. Daarnaast gaat het heffen ook gewoon door in tijden dat een bedrijfstak zonder cao zit. Een mooi voorbeeld hiervan is het sociaal fonds van de kappersbranche. Kappers en hun werknemers hebben jarenlang geen cao gehad, maar moeten toch betalen aan het fonds van cao-partijen: werkgevers 0,4 % en werknemers 0,2 % van de loonsom. Een ander voorbeeld is de horeca. Het sociaal fonds van de horeca int jaarlijks 0,86 % (0,74 % van werkgever), terwijl er jarenlang geen reguliere algemeen verbindend verklaarde horeca-cao heeft bestaan. De FNV Horecabond is 3 jaar lang geen cao-partij en toch vloeien gelden van de bedrijfstak naar de kas van de FNV Horecabond.

En aantal geleden jaren berekende ik, dat alle FNV-bonden samen meer dan € 50 miljoen per jaar ontvangen uit cao-fondsen. Daarnaast ontvangen de andere bonden, CNV en De Unie, ook nog eens tenminste € 10 tot € 15 miljoen. Maar dat is niet het enige. Er bestaat ook nog een zogenaamd ‘AWVN-fonds’, formeel genaamd: Fonds Industriële Bonden.

Werkgeversorganisatie AWVN (onderdeel van VNO-NCW) begeleidt circa 500 cao’s in Nederland. Hieronder vallen naar verwachting circa drie kwart miljoen werknemers. En iedere onderneming die via de AWVN een cao afsluit is min of meer verplicht het volgende artikel in de eigen cao op te nemen:

’De werkgever verklaart zich bereid om gedurende de looptijd van deze cao, analoog aan de tussen AWVN, FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en De Unie afgesloten overeenkomst een werkgeversbijdrage van € 18,33 per medewerker per jaar te verstrekken.’

of anders:

’De werkgever verklaart zich bereid tot het verstrekken van een bijdrage overeenkomstig de tussen de AWVN en FNV Bondgenoten, CNV BedrijvenBond en De Unie gesloten overeenkomst met betrekking tot de bijdrageregeling aan de vakorganisaties.’

Via een simpele rekensom (aantal werknemers onder een AWVN-cao vermenigvuldigd met € 18,33) maakt dat vakbonden nog eens circa € 14 miljoen extra ontvangen uit het Fonds Industriële Bonden. Dat maakt het totaal van meer dan € 75 miljoen.

De vorig jaar overleden echte vakbondsman, Herman Bode, heeft in een Nova-uitzending in september 2003 gezegd, dat hij een zeer felle tegenstander is van het aannemen van geld van werkgevers voor vakbondswerk. Maar de vakbond van Herman Bode is een heel andere vakbond dan nu. Herman Bode is de laatste arbeider in de top van de gehele vaderlandse vakbeweging geweest. Nu bestaat het vakbondskader uit hoger opgeleiden, die deel uitmaken van het overlegmodel in het poldersysteem, zonder een erg grote achterban. De vakbond van nu wordt niet alleen gefinancierd door contributies van haar leden, maar ook door grote financiële bedragen van werkgeverzijde. De vakbond van nu is op deze manier voor een groot deel financieel afhankelijk geworden van werkgevers. Begrijpt u nu waarom Nederland geen echte stakingstraditie kent…

Harry Vogels

Eerdere column
8 april 2008 De kinderjaren van payrollen zijn voorbij

Zie ook het interview in De Financiële Telegraaf, 24 mei 2008.
» ‘Vakbondstientje kleine goudmijn voor bonden’


Achtergrondinformatie over Harry Vogels

Ervaring in het bedrijfsleven
Harry Vogels komt direct na zijn doctoraal studie economie (sociaal-economische studierichting) in contact met de wereld van cao’s, werkgevers, vakbonden en ondernemingsraden en deze wereld blijft hem tot op de dag van vandaag zo boeien, dat hij begin 2002 zijn eigen onafhankelijke adviespraktijk start voor ondernemingen, ondernemingsraden en werknemers. (zie www.caoadvies.nl en www.caoadvieslijn.nl) Daarvoor was hij o.a. werkzaam bij: Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) te Den Haag, Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) te Rotterdam, Suiker Unie te Breda en Delta Lloyd te Amsterdam.

Ervaring als auteur en publicist
Als auteur start hij met zijn jaarlijkse Cao-antwoordenboek in 1994 voor uitgever Samsom, thans Kluwer. Sinds 2000 is de titel gewijzigd in Gids voor Cao’s. In 2003 is hij – als auteur van boeken – overgestapt naar uitgever Sdu. In september 2003 verschijnt bij deze uitgever een geheel nieuw boek met de titel: CaoWijzer. In 2004 verschijnt een nieuwe editie van CaoWijzer en een geheel nieuw boek met de titel CaoCompact. In dit laatste boek worden 100 bedrijfstak-cao’s met elkaar vergeleken. Voor uitgever Kluwer schrijft hij thans maandelijks artikelen voor vele verschillende tijdschriften.

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek