loading
views

Jurisprudentie: ontbindingsvergoeding

December 2007

Ontbindingsvergoeding
De werkneemster is als lerares basisonderwijs in dienst bij de werkgever. Op verzoek van de werkgever ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst per 15 januari 2007. Aan de werkneemster wordt hierbij een ontbindingsvergoeding toegekend van EUR 3.500,- bruto alsmede een vergoeding voor outplacementkosten van EUR 6.500,- voor zover de werkneemster outplacement zou wensen.

Nieuwe baan niet vermeld
In de procedure heeft de werkneemster in haar verweerschrift d.d. 4 december 2006 vermeld dat zij nog geen uitzicht had op een nieuwe baan. Later bleek dat de werkneemster 4 dagen eerder al wel een proefles op een andere school te Scherpenzeel had gegeven. En dat daarna een gesprek met de directie heeft plaatsgevonden om de details van een benoeming als leerkracht te bespreken. Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak bij de kantonrechter op 13 december 2006 is het eventuele uitzicht op een nieuwe baan niet aan bod gekomen. De werkneemster wist op dit moment al wel dat alleen het bestuur van de school te Scherpenzeel nog over de eventuele aanstelling moest beslissen. Dit bestuur besloot op 19 december 2007 dat de werkneemster van 8 januari 2007 tot uiterlijk 1 augustus 2007 aan de slag kon. Op 20 juli 2007 kwam er een einde aan dit laatste dienstverband.

Verzoek tot herziening
De werkgever betaalt meteen na einde dienstverband de ontbindingsvergoeding aan de werkneemster uit. Daarna hoort de werkgever dat de werkneemster al vanaf 8 januari in dienst is bij een andere school. De werkgever verzoekt herziening van de uitspraak van de kantonrechter en vordert de ontbindingsvergoeding terug wegens bedrog door de werkneemster. Als reactie hierop vordert de werkneemster alsnog uitbetaling van de outplacementvergoeding.

Geen bedrog
De kantonrechter oordeelt dat er in onderhavig geval geen sprake is van bedrog aan de zijde van de werkneemster. Vaststaat dat de werkneemster vóór 13 december 2006, de datum van de mondelinge behandeling, geen nieuwe baan had. Hiervoor was immers een formeel bestuursbesluit van de nieuwe werkgever nodig. Bovendien heeft het verzwijgen van de kans op een nieuwe baan niet tot een gunstigere afloop van de ontbindingsprocedure geleid. De ontbindingsvergoeding is niet alleen gerelateerd aan de vraag of de werkneemster wiens arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden snel weer elders aan het werk komt. Ook de wijze waarop partijen met elkaar zijn omgegaan in de aanloop tot de ontbindingsprocedure heeft invloed op de aard en omvang van de vergoeding. De overeengekomen ontbindingsvergoeding zou in dit geval ook passend zijn geweest indien de verzwegen feiten wel tijdig op tafel waren gekomen.

Outplacementvergoeding afgewezen
Voor wat betreft de vordering van de outplacementvergoeding is de kantonrechter van mening dat de werkneemster redelijkerwijs niet mocht aannemen dat de outplacementvergoeding ook was bedoeld om vanuit een nieuwe werkplek te gaan kijken of er wellicht nog ergens anders mogelijkheden waren om aan de slag te geraken of een andere weg in te slaan. De vordering wordt daarom afgewezen.

(Deze uitspraak is niet gepubliceerd)

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek