loading
views

Jurisprudentie: onterecht beschuldigd

December 2007

Baggeropdracht in Brazilië
De werknemer treedt op 2 januari 1997 in dienst bij de baggermaatschappij. Daaraan voorafgaand was hij via een uitzendbureau al één jaar bij de baggermaatschappij werkzaam en daarvoor gedurende zes jaar elke vakantie twee maanden. De werknemer heeft jarenlang wereldwijd diverse baggeropdrachten voor de werkgever uitgevoerd. De laatste baggeropdracht vond plaats in Brazilië.

Gerucht seks met minderjarigen
In juni 2007 is de werknemer geschorst vanwege het gerucht dat hij in Brazilië seksuele contacten met minderjarigen zou hebben gehad. De werknemer hoort pas van zijn schorsing nadat hij navraag deed over zijn dienstrooster. De werkgever had de werknemer niet meer ingeroosterd. De werknemer meldt zich op 22 juni 2007 ziek. Vijf dagen later heeft de werknemer een gesprek met zijn werkgever, dat op niets uitloopt. De werknemer stuurt daarom een brief waarin hij de beschuldigingen ontkent en de werkgever om excuses verzoekt. Twee dagen later uit de werkgever de beschuldigingen jegens de werknemer nogmaals en verklaart dat hij in afwachting is van verklaringen en stukken uit het buitenland ter staving daarvan.

Vage beschuldigingen
Op 2 augustus 2007 wordt de werknemer opgeroepen voor een opdracht in Nigeria. Als reactie hierop verzoekt de werknemer de rechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst onder toekenning van een materiële vergoeding van € 175.700,- netto en een immateriële vergoeding van € 25.000,- netto. De werknemer stelt dat de werkgever zonder wederhoor ten onrechte vage beschuldigingen van een ernstig feit heeft overgenomen vanuit Brazilië. Verder is hij van mening dat hij als gevolg van de handelwijze van de werkgever ziek is geworden en in een ernstige depressie is geraakt. De behandelend arts, psycholoog en psychiater hebben hem aangeraden zijn dienstverband bij de werkgever te beëindigen.

Ontbindingsverzoek
De werkgever beaamt dat het ontbindingsverzoek van de werknemer gehonoreerd moet worden, maar meent dat de door de werknemer verzochte vergoedingen veel te hoog zijn.

Schijn tegen
De werkgever erkent dat keihard bewijs van de beschuldigingen ontbreekt, maar de werknemer had wel alle schijn tegen zich. Naar aanleiding van de hoge rekeningen van het hotel waar zijn medewerkers verbleven, had de werkgever met de hoteleigenaar gebeld. Uit dit gesprek bleek dat er dingen waren gebeurd die door de hoteleigenaar door de vingers waren gezien en waarbij onder meer wel eens minderjarigen op kamers verbleven.

Wederhoor nodig
De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van zodanige veranderingen in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen op korte termijn moet worden ontbonden. De werkgever had de juistheid van de hoteleigenaar nader moeten onderzoeken. In de e-mail van de hoteleigenaar staat slechts dat er wel eens anderen hebben overnacht bij de werknemer. De werkgever had wederhoor moeten toepassen en mocht geen afwachtende houding aannemen.

Aantasting goede naam
De kantonrechter acht een vergoeding van € 108.000,- bruto billijk. Bij de bepaling van de vergoeding is wel rekening gehouden met het jaar dat de werknemer via een uitzendbureau bij de werkgever werkzaam was, maar niet met de voorafgaande vakantieperiode waarin de werknemer bij de werkgever heeft gewerkt. Verder wordt ter zake van de immateriële schadevergoeding een bedrag van € 10.000,- toegekend omdat de werkgever de werknemer van ernstige strafbare feiten heeft beschuldigd, zonder dat deze waren bewezen. De werknemer is als gevolg hiervan in zijn goede naam aangetast.

Bron: Rechtspraak.nl LJN-nr. BB5011

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek