loading
views

Jurisprudentie: arbeidsovereenkomst verlengd?

November 2007

Stilzwijgende voortzetting?
In deze zaak wordt uitgelegd of, gegeven de omstandigheden, sprake is van stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Arbeidscontract van één jaar
De werkneemster treedt op 1 augustus 2001 in dienst bij de werkgever als servicedesk medewerkster op basis van een tijdelijk arbeidscontract voor de duur van één jaar, derhalve tot 1 augustus 2002.

Sprake van contractsverlenging
Ongeveer twee maanden voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst praten partijen over een eventuele contractsverlening. De werkgever biedt de werknemer een contractsverlenging van twee maanden aan. Dit aanbod wordt tevens schriftelijk aangeboden met het verzoek aan de werkneemster om dit te ondertekenen voor akkoord. De werkneemster heeft het aanbod nooit ondertekend.

Twee maanden
Op 18 september 2002 deelt de werkgever aan werkneemster mee dat de arbeidsovereenkomst zal eindigen op 30 september 2002. Na dit gesprek werkt werkneemster niet meer bij de werkgever. De werkgever betaalt het loon door tot en met 30 september 2002 en bevestigt schriftelijk aan werkneemster dat de arbeidsovereenkomst na 30 september 2002 niet verlengd zal worden.

Uitleg Burgerlijk Wetboek
Werkneemster betwist dit en is van mening dat op grond van artikel 7:668 lid 1 Burgerlijk Wetboek haar arbeidsovereenkomst is verlengd voor de duur van één jaar en vordert loondoorbetaling.
Artikel 7:668 lid 1 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien na het aflopen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de arbeidsovereenkomst door partijen zonder tegenspraak wordt voortgezet, de arbeidsovereenkomst voor dezelfde tijd verlengd zal worden.

Werkgever liet geen onzekerheid bestaan
De Hoge Raad oordeelt dat het voor de toepassing van artikel 7:668 lid 1 Burgerlijk Wetboek van belang is of de werknemer op grond van gedragingen van de werkgever heeft mogen aannemen dat de arbeidsovereenkomst na afloop van het contract stilzwijgend is voortgezet. In deze zaak heeft de werkgever geen onzekerheid laten bestaan dat het contract slechts voor twee maanden verlengd zou worden. Er was op 31 juli 2002 dan ook geen sprake van een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst van een jaar. De arbeidsovereenkomst is op 30 september 2002 van rechtswege afgelopen.

Gedragingen werkgever bepalend
Deze uitspraak ligt in de lijn met vergelijkbare uitspraken over stilzwijgende voortzetting. Bepalend voor de eventuele toepassing van artikel 7:668 lid 1 Burgerlijk Wetboek zijn de gedragingen van de werkgever. Een werkgever moet dus opletten dat er geen onzekerheid aan de kant van de werknemer kan bestaan over het al dan niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Wanneer een werkgever het contract niet wenst te verlengen, zal hij dit duidelijk aan de werknemer kenbaar moeten maken.

Bron: Rechtspraak.nl, LJN-nr. BA6755

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek