loading
views

Fictieve thuiswerkers

4 juli 2007

Thuiswerkers in fictieve dienstbetrekking
Een thuiswerker is iemand die zijn werk niet uitvoert in het bedrijf van de werkgever, maar thuis of elders. Een thuiswerker en zijn hulpen zijn in fictieve dienstbetrekking als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– de arbeid wordt persoonlijk verricht;
– het bruto-inkomen voor de arbeid bedraagt doorgaans over een maand tenminste 2/5 van het wettelijk minimumloon per maand;
– de arbeidsverhouding is aangegaan voor onbepaalde tijd of voor tenminste één maand. Het kan hierbij ook gaan om twee arbeidsverhoudingen met dezelfde opdrachtgever die elkaar binnen een maand opvolgen en die samen ten minste een maand duren. Een maand is voor deze regeling een aaneengesloten tijdvak van dertig dagen.

Onterecht aangeduid als thuiswerkers
Onlangs behandelde de Centrale Raad van Beroep een zaak, waarin het ging om een werkgever die zich bezig hield met de opslag en bewerking van goederen. Het verpakken, sealen en stickeren liet hij graag over aan thuiswerkers. Na een onderzoek van de boeken werd duidelijk dat betalingen aan personen die dit werk in de bedrijfspanden van de werkgever uitvoerden in de administratie eveneens werden verantwoord onder de post ‘thuiswerk’. Over deze betalingen werden de premies voor werknemersverzekeringen niet afgedragen. De personen werden aangeduid als ‘fictieve thuiswerkers’, maar de inspecteur was van mening dat het ging om gewone werknemers die in dienstbetrekking waren. Hij legde een correctienota op. De Centrale Raad moest hierover een uitspraak doen.

Oproepkrachten
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van fictieve thuiswerkers, maar van oproepkrachten. Telkens wanneer de thuiswerkers werden opgeroepen, voerden zij hun werkzaamheden persoonlijk uit onder de supervisie van de werkgever. Zij werden voor hun werkzaamheden ook betaald. Daarom was aan alle drie voorwaarden voldaan van een werkelijke dienstbetrekking. De Raad kwam tot de conclusie dat de premienota terecht was opgelegd.

Bron: Centrale Raad van Beroep, 26 april 2007, LJN: BA5333

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek