loading
views

CAO ABU aangepast per 2 juli 2007



29 juni 2007

Naar aanleiding van het principeakkoord van 15 januari 2007 komt er per 2 juli 2007 een aantal wijzigingen in de CAO voor Uitzendkrachten. U kunt de wijzigingen in dit overzicht raadplegen.

Terugvalregeling fase C
De regeling omtrent het loon bij een nieuwe terbeschikkingstelling in fase C is herzien (artikel 22 lid 4 sub c). Per 2 juli zullen uitzendkrachten in fase C in een nieuwe terbeschikkingstelling,indien het loon minder bedraagt dan het loon in de vorige terbeschikkingstelling, de eerste 13 weken een aanvulling (in de vorm van een persoonlijke toeslag) krijgen op hun loon tot 100 procent van het laatstgeldende feitelijke loon van die laatste terbeschikkingstelling.In deze periode van 13 weken worden terbeschikkingstellingen aangemerkt als één nieuwe terbeschikkingstelling zolang zij in totaal nog geen dertien weken, te rekenen vanaf de eerste terbeschikkingstelling in de reeks, voortduren. Indien de uitzendkracht in een nieuwe terbeschikkingstelling in fase C de inlenersbeloning ontvangt is deze aanvullingsregeling ook van toepassing.

Voorbeelden
– Oude loon was € 10,-. De volgende 26 weken bedraagt het loon € 9,-. De uitzendkracht heeft dan de 1e dertien weken recht op een persoonlijke toeslag van € 1,-. Na 13 weken is het loon € 9-.
– Oude loon was € 10,-. De eerste 4 weken bedraagt het loon € 9,-. De volgende 16 weken bedraagt het loon € 8,50. De uitzendkracht krijgt de eerste 4 weken een persoonlijke toeslag van € 1,-, de 9 weken daarop een persoonlijk toeslag van € 1,50. Na 13 weken is het loon € 8,50.

De 13 weken aanvulling loopt door indien de uitzendkracht ziek wordt. Bij vakantie, feestdagen, bijzonder verlof en kort verzuim dient de persoonlijke toeslag ook te worden uitgekeerd.

Voorbeeld ziekte
– Oude loon was € 10,-. Nieuwe loon € 9,-. De eerste 13 weken heeft de uitzendkracht recht op een persoonlijke toeslag van € 1,-. Indien de uitzendkracht na twee weken ziek wordt en 20 weken ziek blijft ontvangt hij 11 weken 91 procent van € 10,-. Hierna ontvangt hij 91 procent van € 9,-.

In de periode van 13 weken kunnen meerdere terbeschikkingstellingen plaatsvinden. Voor zover de lonen in deze terbeschikkingstellingen lager zijn dan het ‘oude loon’ loopt de telling van 13 weken door. Indien het loon in de reeks van terbeschikkingstellingen gelijk of hoger is dan het ‘oude loon’ stopt de aanvullingsregeling.

Voorbeeld
– Oude loon was € 10,-. De eerste 4 weken bedraagt het loon € 9,-. De volgende 4 weken bedraagt het loon € 11,-. De volgende 16 weken bedraagt het loon € 9,-. De uitzendkracht krijgt de eerste 4 weken een persoonlijke toeslag van € 1,-.
Vervolgens stopt de persoonlijke toeslag, want het loon is hoger dan het oude loon. Vervolgens zakt het loon weer, en krijgt de uitzendkracht na de terbeschikkingstelling van 4 weken met een loon van € 11,-, 13 weken recht op een persoonlijke toeslag van € 2,-. Na dertien weken is zijn loon € 9,-.

Indien de uitzendkracht in de leegloop komt, vervalt de persoonlijke toeslag en begint de telling van 13 weken na de leegloop weer opnieuw.

Voorbeeld
– Oude loon was € 10,-. Nieuwe loon is gedurende 4 weken € 9,-, dus vier weken een persoonlijke toeslag van €1,- euro. Dan komt de uitzendkracht 4 weken in de leegloop, en heeft hij geen recht op de persoonlijke toeslag. Vervolgens komt hij in een nieuwe terbeschikkingstelling met een loon van € 8,50. De telling van 13 weken vangt weer opnieuw aan en de uitzendkracht heeft gedurende de eerste 13 weken recht op € 0,50 aanvulling.

De persoonlijke toeslag dient te worden vermeld op de loonstrook. Over deze persoonlijke toeslag hoeven geen reserveringen te worden berekend. De persoonlijke toeslag maakt geen deel uit van de pensioengrondslag.

Artikel 22 Beloning
4. Fase C
a. In fase C bedraagt het loon het feitelijk loon in die uitzendovereenkomst, met inachtneming van artikel 21.
b. Het feitelijk loon in een nieuwe terbeschikkingstelling in fase C bedraagt minimaal het loon als berekend op basis van de regeling als bedoeld in artikel 13 lid 3 van deze CAO, behoudens hetgeen gesteld in lid 4 onder c en lid 5 van dit artikel.
c. Indien en voor zolang het feitelijk loon in een nieuwe terbeschikkingstelling in fase C minder bedraagt dan het laatst geldende feitelijk loon in de vorige terbeschikkingstelling in fase C heeft de uitzendkracht gedurende ten hoogste de eerste 13 weken van die nieuwe terbeschikkingstelling aanspraak op een aanvulling op het feitelijk loon in de vorm van een persoonlijke
toeslag tot 100 procent van het laatstgeldende feitelijk loon in de vorige terbeschikkingstelling. Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige zin worden terbeschikkingstellingen aangemerkt als één nieuwe terbeschikkingstelling zolang zij in totaal nog geen dertien weken te rekenen vanaf de eerste terbeschikkingstelling in de reeks, voortduren.

Aanvulling tot 80% in het tweede ziektejaar
Inzake de aanvullingsregeling bij ziekte is er naast de aanvullingsregeling tot 91 procent in het eerste ziektejaar nu ook een aanvullingsregeling voor ziekte in het tweede jaar tot 80 procent van het geldende loon (artikel 32 lid 2) en het uitkeringsdagloon (artikel 32 lid 5).

Fase-A-uitzendkrachten met uitzendbeding die op of na 2 juli 2007 in het tweede ziektejaar komen hebben recht op deze aanvulling. Indien zij dus voor 2 juli 2007 in het tweede ziektejaar zijn gekomen (en op of na 2 juli nog steeds in het tweede ziektejaar zitten) hebben zij geen recht op deze aanvulling.

Voor fase-A-uitzendkrachten met een bepaalde tijd contract zonder uitzendbeding, uitzendkrachten in fase-B en uitzendkrachten in fase-C geldt (voor zolang zij nog een dienstverband hebben met het uitzendbureau) dat, naast degenen die op of na 2 juli 2007 in het tweede ziektejaar komen, ook degenen die al in het tweede ziektejaar zitten recht hebben op de aanvulling tot 80 procent.

Artikel 32 Ziekte en ongeval
1. De uitzendkracht is verplicht op de eerste verzuimdag van de ziekte of het ongeval daarvan melding te doen onder opgave van het juiste verpleegadres aan de uitzendonderneming alsook aan de opdrachtgever en wel zo vroeg mogelijk, in ieder geval voor 10.00 uur ‘s morgens.
2. Indien en voorzover er sprake is van een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding, is op de uitzendkracht, voorzover deze de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij of zij daartoe in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was, het bepaalde in artikel 7:629 BW van toepassing. Indien en voorzover de uitzendovereenkomst voortduurt bestaat de in dit artikel genoemde aanspraak gedurende de eerste 52 weken van de arbeidsongeschiktheid uit 91 procent van het geldende loon en gedurende de 53e t/m de 104e week uit 80 procent van het geldende loon, een en ander met als minimumaanspraak het wettelijk minimumloon en met als maximumaanspraak het maximumdagloon. Deze regeling geldt voor uitzendkrachten die ziek zijn op of ziek zijn geworden na 2 juli 2007 en heeft geen terugwerkende kracht.
3. Ten aanzien van de uitzendkracht die jegens de uitzendonderneming aanspraak heeft op doorbetaling van loon bij ziekte of ongeval, geldt de eerste ziektedag als wachtdag waarover de uitzendkracht geen recht op doorbetaling van loon heeft.
4. Indien en voorzover de uitzendkracht op wie artikel 10 lid 4 van deze CAO van toepassing is aanspraak kan maken op een uitkering ingevolge de Ziektewet, vult de uitzendonderneming de wettelijke uitkering op grond van de Ziektewet gedurende de eerste 52 weken van ziekte aan tot 91 procent van het uitkeringsdagloon vanaf de derde dag van arbeidsongeschiktheid.
Gedurende de 53e tot en met de 104e week van ziekte vult de uitzendonderneming de wettelijke uitkering op grond van de Ziektewet aan tot 80 procent van het uitkeringsdagloon. Voor deze aanvullingen kan de uitzendonderneming een verzekering afsluiten of op enigerlei andere wijze een voorziening treffen. Er geldt een in Bijlage II opgenomen percentage van het loon dat voor deze verzekering c.q. voorziening maximaal op het loon van de uitzendkracht mag worden ingehouden.
5. De aanvulling gedurende de 53e tot en met de 104e week van ziekte op grond van de Ziektewet als bedoeld in het vorige lid, wordt niet toegekend aan de uitzendkracht, wiens arbeidsongeschiktheid reeds is aangevangen voor 3 juli 2006.
6. Indien er sprake is van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding, zal de uitzendonderneming aan de uitzendkracht terzake van één wachtdag waarop wegens ziekte het loon zal worden gederfd, een vergoeding verstrekken in de vorm van een opslag op het feitelijk loon. Dit percentage is opgenomen in Bijlage II van deze CAO.
7. De uitzendonderneming biedt in ieder geval vanaf 1 juli 2007 aan de uitzendkracht een verzekering aan ter aanvulling van de wettelijke uitkering op grond van de WGA, Eventuele premiekosten komen ten laste van de deelnemende uitzendkracht.

Kostenvergoeding
De kostenvergoeding is niet langer afhankelijk van de mogelijkheid om deze vergoeding bij de inlener in rekening te brengen. Geldt er een kostenvergoeding bij de inlener, dan dient de kostenvergoeding ook te worden toegekend aan de uitzendkracht. Dit geldt zowel voor de inlenersbeloning als beloning volgens de CAO voor Uitzendkrachten. Per 2 juli hebben uitzendkrachten in lopende en nieuwe terbeschikkingstellingen recht op deze kostenvergoeding.

Artikel 33 Kostenvergoeding
De uitzendkracht heeft recht op dezelfde kostenvergoeding(en) als de werknemer in dienst van de inlener, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht, indien en voorzover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing kan uitbetalen. Het gaat hierbij om reiskosten, pensionkosten en andere kosten die noodzakelijk zijn vanwege de uitoefening van de functie.

Tijdvoortijd-regeling
De uitzendonderneming kan met de uitzendkracht overeenkomen dat de toeslagfactoren voor onregelmatige werktijden voor het meerdere boven één en/of de toeslagfactoren voor overwerk, niet worden uitbetaald maar worden toegekend als compensatie-uren. Over deze compensatie-uren worden geen (reserveringen voor) vakantiedagen, vakantiebijslag, kort verzuim, bijzonder verlof en feestdagen opgebouwd en is geen wachtdagcompensatie verschuldigd.

Ter verduidelijking
– In het geval van toeslagen voor onregelmatige werktijden kan, indien de toeslagfactor meer dan 1,0 bedraagt (bijv. 1,5), het gedeelte van de toeslagfactor boven de 1,0 (in dit geval 0,5) worden toegekend als compensatie-uren. Dus als het loon € 10,- bedraagt en er is 10 uur onregelmatig gewerkt en er geldt een toeslagfactor van 1,5 dan wordt er 10 uur uitbetaald en kunnen er 5 compensatie-uren worden toegekend.
– In het geval van toeslagen bij overwerk kan bij een toeslagfactor van bijv. 1,5 de gehele toeslagfactor (in dit geval 1,5) worden toegekend als compensatie-uren. Dus als het loon € 10,- bedraagt en er is 10 uur onregelmatig gewerkt en er geldt een toeslagfactor van 1,5 dan kunnen er 15 compensatie-uren worden toegekend.

Deze regeling geldt ook indien er sprake is van toepassing van de toeslagen voor onregelmatige werktijden en overwerk van de inlener. De nieuwe tijdvoortijd-regeling geldt voor alle uitzendkrachten.

Opgebouwde compensatie-uren worden aan de uitzendkracht toegekend in tijd. Uitzendbureaus kunnen zelf kiezen of de compensatie-uren in tijd of in geld worden opgebouwd.
– In tijd: De uitzendkracht heeft een uur overgewerkt, de toeslagfactor is 1,5. Er wordt dan anderhalf uur opgebouwd.
– In geld. De uitzendkracht heeft een uur overgewerkt, de toeslagfactor is 1,5. Dit staat voor 1,5 compensatie-uur. De 1,5 compensatie-uur wordt op basis van zijn dan geldende loon gewaardeerd in geld, de uitzendkracht heeft dan een bepaalde tegenwaarde in geld van zijn compensatie-uren opgebouwd. Deze opgebouwde tegenwaarde in geld kan op een later moment weer worden opgenomen in tijd, voor zover de tegenwaarde in geld op dat moment toereikend is.

Compensatie-uren kunnen worden ingezet tijdens een lopende arbeidsovereenkomst op het moment dat er geen loon(door)betalingsplicht is voor de uitzendonderneming. Dus bijvoorbeeld. voor onbetaald verlof, tijdens opschorting van het loon, tijdens een loonstop, tijdens uitsluiting loondoorbetalingverplichting, etcetera.

Compensatie-uren kunnen dus niet worden ingezet tijdens de leegloop in fase B en C, want dan geldt er een loondoorbetalingverplichting voor de uitzendonderneming.

De ABU adviseert om compensatie-uren in ieder geval binnen een jaar uit te keren. Ook is het aan te raden om in de arbeidsovereenkomst op te nemen of en hoe er van de tijdvoortijd-regeling gebruik kan worden gemaakt.

De oude regeling, vervat in artikel 35 lid 4, wordt geschrapt. In artikel 1, definities, wordt het volgende toegevoegd:

Artikel 1
n. feitelijk loon: het met inachtneming van deze CAO toegekende, naar tijdsruimte vastgestelde actuele brutoloonbedrag, exclusief vakantiebijslag, toeslagen, vergoedingen, overuren, compensatie-uren etcetera;
t. compensatie-uren: ingevolge artikel 6e Bijlage I deel B Beloningsregeling uitzendkrachten toegekende vrije uren of delen van uren, niet zijnde vakantie-uren. Over compensatie-uren worden geen (reserveringen voor) vakantiedagen, vakantiebijslag, kort verzuim en bijzonder verlof en feestdagen opgebouwd en is geen wachtdagcompensatie verschuldigd.

Vervolgens is in Bijlage I onder 6.e. de nieuwe generieke tijdvoortijd-regeling opgenomen:

Bijlage I
6.e. De uitzendonderneming kan met de uitzendkracht schriftelijk overeenkomen dat in afwijking van het bepaalde in de artikelen 5.a, 5.b, 6.a en 6.b van deze bijlage de toeslagfactoren
voor onregelmatige werktijden voor het meerdere boven 1, en/of de toeslagfactoren voor overwerk, niet worden uitbetaald maar toegekend als compensatie-uren.

Deze compensatie-uren kunnen door de uitzendonderneming in tijd of in geld – zulks ter keuze van de uitzendonderneming – worden opgebouwd. Met ‘opbouw in geld’ wordt bedoeld: compensatie in tijd, voorzover de tegenwaarde in geld van de opgebouwde uren op het moment van opname toereikend is.

Toekenning van aldus opgebouwde compensatie-uren aan de uitzendkracht zal plaatsvinden in tijd. Uitbetaling van de compensatie-uren aan de uitzendkracht zal in ieder geval plaatsvinden indien en zodra de uitzendkracht gedurende zes weken geen recht op feitelijk loon heeft verworven.

De uitzendonderneming verschaft de uitzendkracht minimaal maandelijks een schriftelijke opgave van zijn compensatie-uren.


Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek