loading
views

Sociale verzekeringen per 1 juli 2007

25 juni 2007

Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2007 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van 1300,80 naar 1317,00 euro bruto. Ook de kinderbijslag (die valt onder de minister voor jeugd en gezin) gaat omhoog. De aanpassingen zijn nodig omdat ook de lonen en de prijzen de afgelopen tijd zijn gestegen.

AOW’ers zien hun netto uitkering met tussen de 6 en de 8 euro per maand stijgen. Hoe hoog het bedrag is, hangt af van de persoonlijke situatie. De netto-uitkering van een alleenstaande AOW’er gaat met ruim 8 euro omhoog naar 902 euro per maand. Echtparen waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn, krijgen in totaal netto 12 euro per maand erbij. Hun gezamenlijke netto-uitkering komt dan uit op 1234 euro per maand. Dat is exclusief vakantietoeslag en de tegemoetkoming AOW. Deze tegemoetkoming wordt aan alle AOW-ers uitbetaald en het bruto bedrag bedraagt in 2007 13,82 euro per maand.

WW,WIA em WAO
Ook mensen met WW, WIA en WAO gaan er over het algemeen op vooruit. De uitkeringen worden verhoogd met 1,25%. Daarnaast gaan volledig arbeidsongeschikten in de WAO, Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten) en WAZ (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen) er per 1 juli extra op vooruit. Het kabinet verhoogt dan namelijk hun uitkering van 70 naar 75 procent van het laatste loon.

Absolute stijging
De absolute stijging is lastiger aan te geven omdat die nog meer dan bij de AOW afhangt van persoonlijke omstandigheden. Zo is bijvoorbeeld ook van belang hoe hoog hun inkomen was voordat zij een uitkering kregen. Voor de berekening van de uitkering geldt bovendien een maximum inkomen; verdient men meer dan telt het deel boven dat maximum niet mee bij het bepalen van de uitkering. Dit zogeheten maximumdagloon wordt per 1 juli 2007 vastgesteld op 174,64 euro bruto per dag. Dat is ruim 2 euro hoger dan daarvoor.

AOW
AOW’ers die getrouwd zijn of samenwonen hebben elk een eigen recht op een AOW-pensioen. De hoogte daarvan is gelijk aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande bedraagt 70 procent van het netto minimumloon en dat voor een eenoudergezin 90 procent. Bij die laatste groep gaat het om pensioengerechtigden die een kind hebben jonger dan achttien jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

Voor gehuwde AOW’ers van wie de partner jonger is dan 65, gelden afwijkende regels. Normaal gesproken is het pensioen gelijk aan 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Daarbovenop komt een toeslag   van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 660,01) (deze toeslag komt overigens te vervallen per 1 januari 2015). Echter, is het recht op pensioen al ingegaan voor 1 februari 1994 dan valt de AOW’er onder een overgangsregeling en is het pensioen 70 procent van het netto minimumloon. De toeslag is dan maximaal 30 procent.

De uitkeringsbedragen per 1 juli 2007.
(In deze bedragen is nog geen rekening gehouden met de tegemoetkoming AOW van 13,82 euro bruto).

AOW                                                          Bruto p. mnd                 Bruto vak. uitk.p.mnd 
Gehuwden                                                   €    660,01                      €  38,62  
Gehuwden met maximale toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)                          €  1320,02                      €  77,24  
Maximale toeslag                                           €   660,01    
Ongehuwden                                                €   964,91                       €  54,06  
Ongehuwd met kind tot 18 jaar                      €  1198,05                      €  69,50  
.    
AOW-pensioen ingegaan vóór 1-2-1994    
Gehuwden zonder toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)                        €     964,91                      €  54,06  
Maximale toeslag                                         €    355,11   
Gehuwden met maximale toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)                        €   1320,02                      €  77,24  

De toeslag bedraagt maximaal 660,01 euro bruto per maand. Hoe hoog de toeslag precies is, hangt af van het inkomen van de werkende jongere partner. Een deel van het inkomen wordt namelijk van de toeslag afgetrokken. Als het bruto-inkomen van de jongere partner hoger is dan 1187,57 euro bruto heeft de AOW’er helemaal geen recht op toeslag.

Het berekenen van de hoogte van de toeslag gaat als volgt:
De eerste 197,55 euro van het partnerinkomen is vrijgesteld. Ook een derde deel van het inkomen daarboven telt niet mee. Als de partner dus 1000 euro bruto verdient, telt de eerste 197,55 niet mee. Ook is een derde deel van (1000-197,55) 802,45 vrijgesteld, wat uitkomt op 267,48 euro. In totaal is dan 465,03 euro vrijgesteld. Van de toeslag wordt dus 1000-465,03= 534,97 euro ingehouden.

Als het recht op toeslag voor 1 februari 1994 is ingegaan valt de rechthebbende onder een overgangsregeling en bedraagt de toeslag maximaal bruto 355,11 euro. Als de partner meer verdient dan 730,22 euro bruto vervalt de uitkering. Dat geldt ook als de partner een sociale verzekeringsuitkering krijgt die hoger is dan dat bedrag.

De bij deze bruto bedragen behorende netto-uitkeringen zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de situatie dat betrokkenen geen aanvullend pensioen hebben.

Netto AOW gehuwden (exclusief tegemoetkoming AOW). Als beide partners boven de 65 jaar zijn, krijgen zij dus allebei de uitkering.

                                                                1-1-2007  1-7-2007   verschil  
per maand                                                 € 611,24   € 617,11   €   5,87  
vakantietoeslag                                          €   36,31   €   36,11   €  -0,20 
Totaal                                                       € 647,55   € 653,22    €   5,67  
                               

                                                               1-1-2007   1-7-2007   verschil  
per maand                                                €  894,03    € 902,20   €   8,17  
vakantietoeslag                                         €    50,83    €  50,55    €  -0,28  
Totaal                                                      €  944,86    € 952,75    €   7,89 

ANW
De Algemene nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering die recht geeft op een uitkering aan volwassenen van wie de partner is overleden. Het kan gaan om een huwelijkspartner of een partner met wie zij ongehuwd samenwoonden. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het netto minimumloon. Nabestaanden die een kind verzorgen van 18 jaar of jonger waarvan een ouder is overleden, krijgen daarnaast een inkomensafhankelijke uitkering van 20 procent van het netto minimumloon. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.

De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande. Uitkeringen worden er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft een deel buiten beschouwing (50 procent van het minimumloon plus een derde deel van het meerdere).

Nabestaanden die voor juli 1996 al een AWW-uitkering (de voorganger van de ANW) ontvingen, krijgen in ieder geval een bodemuitkering van 30 procent van het bruto-minimumloon, ook als hun inkomen hoger uitvalt dan de bovengenoemde inkomensgrens.

In onderstaand overzicht zijn de bruto ANW bedragen opgenomen. De bedragen zijn weergegeven exclusief de tegemoetkoming ANW. Deze bedraagt bruto € 13,82 per maand.

                                                              Bruto p.mnd            Bruto vak. uitk.p.mnd 
Maximale nabestaandenuitkering                 €  1026,45                   €  65,51  
Halfwezenuitkering                                    €    237,23                   €  18,70  
Wezenuitkering tot 10 jaar                        €    328,46                   €  20,96  
Wezenuitkering van 10 tot 16 jaar             €     492,70                   €  31,44   
Wezenuitkering van 16 tot 21/27 jaar        €     656,93                   €  41,93  

Kinderbijslag
Per 1 juli worden kinderbijslagbedragen weer halfjaarlijks aangepast. Op 1 juli 2007 stijgt het basisbedrag per kind van 267,74 euro naar 271,70 euro. Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag alleen afhankelijk van de leeftijd van het kind. Voor kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994, 6 of 12 jaar worden is de hoogte van het kinderbijslagbedrag ook afhankelijk van het aantal kinderen in het gezin.    

Vanaf 1 juli 2007 gelden in de kinderbijslag de volgende bedragen per kind per kwartaal.

I. Kinderen geboren vóór 1 januari 1995:

                                                12 t/m 17 jaar 
Gezinnen met:    
1 kind                                           €  271,70  
2 kinderen                                    €  305,54   
3 kinderen                                    €  316,82  
4 kinderen                                    €  341,61 
5 kinderen                                    €  356,48 
6 kinderen                                    €  366,40 

II.  Voor kinderen geboren op of na 1 januari 1995 gelden de volgende  bedragen:

0-6 jaar                                          €  190,19  
6-12 jaar                                        €  230,95 
12-18 jaar                                      €  271,70 

Deze bedragen blijven gelijk, ongeacht de gezinsgrootte.

Wajong
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) biedt jonge gehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. De grondslag op basis waarvan de uitkering wordt berekend gaat per 1 juli 2007 omhoog. Ook de grondslagen voor Wajong-gerechtigden beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de minimumjeugdlonen, worden op die datum verhoogd.

Per 1 juli 2007 zijn deze bruto grondslagen (exclusief vakantietoeslag) per dag:

Vanaf 23 jaar ten hoogste € 60,55 
         22 jaar ten hoogste € 51,47 
         21 jaar ten hoogste € 43,90 
         20 jaar ten hoogste € 37,24 
         19 jaar ten hoogste € 31,79 
         18 jaar ten hoogste € 27,55 

Naast de Wajong-uitkering heeft elke Wajong-gerechtigde onder de 23 jaar recht op een tegemoetkoming. Deze compenseert (deels) de inkomensachteruitgang die de invoering van de Zorgverzekeringswet heeft veroorzaakt.

      22 jaar €    1,63  bruto per maand 
      21 jaar €    3,96 
      20 jaar €    8,02 
      19 jaar €   13,37 
      18 jaar €   13,97 

Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)
Per 1 juli worden bestaande uitkeringen verhoogd met 1,25%. De hoogte van de WW, WIA en WAO-uitkering hangt mede af van de hoogte van het laatst verdiende loon en het zogenoemde maximumdagloon. Per 1 juli wordt het maximum dagloon verhoogd van 172,48 naar 174,64 euro bruto.

Kopjes op de uitkeringen
Door belastingregels kan het gebeuren dat de netto-uitkering voor ongehuwde alleenstaanden van 21 jaar of ouder beneden het sociaal minimum daalt. Om dit te compenseren wordt in zo’n geval de bruto uitkering verhoogd met een ‘kopje’ tot een bepaald bruto ‘kopjesbedrag’.

Deze kopjesbedragen zijn per 1 juli 2007 als volgt vastgesteld:

                                 ZW/WW/WAO/WIA/Wajong* 
Alleenstaanden:    
vanaf 23 jaar                 €  46,53 
        22 jaar                 €  35,71  
        21 jaar                 €  30,05  

*exclusief vakantietoeslag

Premiepercentages 1 juli 2007 (ongewijzigd ten opzichte van 1 januari 2007)

                                                            werkg.  werkn.      totaal     max. premie inkomen  
AOW                                                      —        17,90       17,90        € 31.122,00 p.j.  
Anw                                                       —          1,25         1,25            idem 
AWBZ                                                    —        12,00       12,00            idem 
WAO/WIA-basis (Aof)                             5,15       0,00         5,15        € 172,48 p.d. a)  
WAO-rekenpremie (Aok)                          0,48       0,00         0,48           idem 
WGA-rekenpremie (Aok) b)                      0,75       0,00         0,75           idem 
AWf (werkloosheidsverzekering) c)           4,40        3,85        8,25            idem 
Sectorfonsen (gemiddeld)                        0,99       0,00         0,99            idem 
Uniforme opslag sectorfondsen
kinderopvang                                         0,28       0,00         0,28            idem 
ZVW-inkomensaf-
hankelijke bijdrage d)                              0,00       6,50          6,50    € 30.623,00 p.j. 

a) Het bedrag per maand bedraagt € 3751,44

b) Vastgesteld door het UWV

c) Marginale premiepercentage AWf vanaf franchise van 60,- euro per dag.

d)Dit is een inkomensafhankelijke bijdrage van verzekerden waartegenover een werkgeversvergoeding staat. Verzekerden zonder werkgeversvergoeding zijn een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd van 4,4 procent.

Bron: SZW, 25 juni 2007

  
  

 

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek